Mijn ogen blijven hangen op dezelfde plek. Wie moet hier nu eigenlijk wat aan doen? Ik voel een lichte frons. Hoezo moeten? Mijn recalcitrante stemmetje begint te protesteren. Ik sus het: even doorgaan, straks ben je weer blij dat je dit gelezen hebt, je pikt toch altijd wat op uit deze columns?
Zaterdagmiddag. Tijd voor de wekelijkse rubriek over persoonlijk leiderschap, werk en management. Zoals vaker haalt columnist Ben Tiggelaar een gerenommeerd tijdschrift, een internationaal onderzoeksbureau en Nederlandse onderzoekers aan. In het stuk gaat het steeds over zaken die leidinggevenden ‘moeten’ doen. Het woord zet me aan tot denken. Wat ‘moet’ een manager allemaal en ‘moet’ dat ook werkelijk? Anders verwoord: van welke markten ‘moet’ je eigenlijk allemaal thuis zijn als leidinggevende?

Nog één dag. Eén dag om te constateren of het je gelukt is. Dry January. Gaat de fles (alcoholvrije) bubbels open of merk je dat ‘geen alcohol’ best lastig is?
Goede voornemens zijn nog altijd populair. Een nieuw jaar geeft het gevoel van ‘nieuwe ronde, nieuwe kansen’. Een mooi moment om zaken in je leven te veranderen. Minder vlees eten, vaker de auto laten staan, meer boeken lezen. Het onderwerp leeft. Net als de lijstjes met tips die je helpen bij het realiseren ervan.
Veel bedrijven starten in januari met de beoordelingscyclus - planningsafspraken en KPI’s worden vastgelegd. Afspraken over (gedragsmatige) ontwikkeling zijn daarin voor veel managers en medewerkers een lastig onderwerp. Hoe maak je ze helder en concreet? Hoe breng je ze duurzaam in praktijk? Vragen die ook rondom goede voornemens spelen.

Bij de deur van de projectkamer draait Jeroen zich om: Wanneer past die stresstest in de planning?
Hij wil weten waar hij aan toe is. Hij merkt dat zijn opdrachtgever ongeduldig wordt en maakt zich zorgen. Een grote opdracht, een nieuwe klant. Ze moeten hun beloftes gewoon nakomen.
Carolien loopt naar hem toe: Ook koffie? Volgens mij staat hij er nog niet in. Is 11 juli iets?
Stefan kijkt op van zijn telefoon: Ja graag. Ben maandag op kantoor.
Laura staart naar haar beeldscherm. Ze baalt dat Stefan geen helder antwoord geeft. Ook voor haar werk is die test belangrijk. Wat bedoelt hij met dat hij maandag op kantoor is? Kan hij dan pas met de planning aan de slag, doelt hij op de projectvergadering of is er iets heel anders aan de hand?
Laura: Wat bedoel je met dat je maandag op kantoor bent?

Herken je de situatie? Dat je een reactie krijgt waarmee je verschillende kanten op kunt? Met alle risico van dien?